



|

Gruwelijcke Praktijcken... Bekend als de bonte hond
Willem de Bondt werd in 1619 tot schout benoemd. Hij stond aan nogal was
kritiek bloot. Zo regende het klachten over zijn grote nalatigheid: hij trad
niet op tegen de Roomskatholieken die geregeld hun godsdienstoefeningen
hielden, hij ondernam niets tegen mensen die tijdens de kerkdiensten op
straat kaats en andere balspelen beoefenden en hij was niet afkerig van
smeergelden.
Eén groep kon zijn bloed wel drinken, de Remonstranten, die hij fel en niets ontziend vervolgde. Geen samenkomst ontging hem, hij rook als het ware hun
`kerkdiensten' bij de mensen aan huis. Ze werden vervolgd, beboet en
verbannen, hun huizen geplunderd.
Tegenover zijn hard en onrechtvaardig optreden steekt de begrafenis van zijn
lievelingshond Tyter op 29 januari 1634 wel zeer schril af.
De hond werd opgebaard op een bankje, honden en kinderen werden voor de
begrafenis uitgenodigd en kwamen in rouwkleding. Twee jonge honden,
verwanten van de dode hond, werden met rouwhalsbanden om door de dienstmaagd
meegedragen. Daarachter volgde de hond van een hoogleraar, eveneens verwant
en in de rouw. Tyter werd gedragen door de zoon van een advocaat.
Men trok driemaal het bleekveld om, tot men bij het graf kwam dat onder de
perenboom was gedolven. Met ontbloot hoofd stond men aan de groeve tot de
hond met aarde was bedekt. Toen ging men naar het huis, waar wijn geschonken
werd en waar de kinderen onthaald werden op rijstebrij en pannenkoeken.
Aan deze hondenbegrafenis zou de uitdrukking ontleend zijn: 'Hij is bekend
als de bonte hond’, dat eerst geweest zou zijn: ‘Hij is bekend als De Bondt
met zijn hond’.
|